Derde graad BSO

Het Beroepsonderwijs is een van onderwijsvormen waarvoor jongeren kunnen kiezen. Deze onderwijsvorm richt zich op jongeren die vooral al doende leren. In de derde graad worden hun lesuren opgesplitst in praktijk en stage enerzijds en algemene vorming en technische scholing anderzijds. Het Beroepsonderwijs wil leerlingen tot het niveau brengen van de startende vakman. Leerlingen die afstuderen in het bso behalen een getuigschrift in het zesde jaar. Slagen ze in een aansluitend zevende jaar, dan behalen ze het diploma secundair onderwijs, dat hen het recht geeft een hogere studie aan te vatten.
Recente inspanningen zijn gebaseerd op drie principes:

  • de voorbereiding van leerlingen op een geïntegreerd sociaal leven
  • het aanleren van een beroep op een realistische en concrete wijze
  • het helpen van de leerlingen in de ontwikkeling van hun persoonlijkheid, wat hen moet toestaan actieve en verantwoordelijke leden van de samenleving te worden.

Zo worden vanaf het derde jaar de theoretische vakken (Nederlands, wiskunde, geschiedenis, ... ) vaak niet meer als afzonderlijk vak aangeboden, maar in een projectgerichte benadering, waarin de deelvaardigheden geïntegreerd worden, beter bekend als PAV, project algemene vakken.
In de derde graad BSO bieden we acht keuzemogelijkheden aan

Toelatingsvoorwaarden

  • Het 2de jaar van de 2de graad secundair onderwijs met vrucht beëindigd hebben.
  • De houders van het getuigschrift van de tweede graad secundair onderwijs uitgereikt door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap of door een DBSO centrum, mits gunstig advies van de toelatingsklassenraad.
  • De regelmatige leerlingen van het buitengewoon SO mits gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad.